DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de ontwerpnotulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 november 2025;
Overwegende dat in toepassing van artikel 32 en 74van het decreet over het lokaal bestuur een zittingsverslag wordt opgemaakt aan de hand van een audioverslag dat gepubliceerd wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur.
BESLIST
Enig artikel: de notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 november 2025 worden goedgekeurd.
Gelet op de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikel 39;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 januari 2025 houdende de vaststelling van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de artikel 26 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad en de raad van maatschappelijk welzijn van 19 november 2025 houdende de goedkeuring van de deontologische code voor mandatarissen;
Gelet op artikel 27 van de deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat een gemengde deontologische commissie moet opgericht worden, samengesteld uit een beperkt aantal leden aangeduid uit de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, die waakt over de naleving van de gedragscode;
Overwegende dat het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn en de deontologische code voor mandatarissen bepalen dat:
Overwegende dat er geen afzonderlijke leden moeten aangeduid worden uit de raad voor maatschappelijk welzijn daar de samenstelling identiek is aan de gemeenteraad met ingang van 4 december 2024;
Gelet op de voordracht van kandidaten voor deze gemengde deontologische commissie vanuit
*De fractie Eendracht:
*De fractie FOCUS8720:
Overwegende dat de voorzitter vaststelt dat de ontvangen voordrachten ontvankelijk zijn en overeenstemmen met het aantal te begeven mandaten;
BESLIST
Artikel 1: de gemengde deontologische commissie bestaat uit 5 stemgerechtigde leden.
Artikel 2: de leden worden op volgende wijze evenredig verdeeld :
De voorzitter van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn maakt verplicht deel uit van de deontologische commissie.
Artikel 3: de voorzitter van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn is tevens de voorzitter van de deontologische commissie. Het ambt van secretaris van de deontologische commissie wordt waargenomen door de algemeen directeur.
Artikel 4: indien er een klacht is over een gemeenteraadslid of raadslid van de raad voor maatschappelijk welzijn dat tevens lid is van de deontologische commissie, dan wordt het desbetreffende lid vervangen in de vergadering van de deontologische commissie die zijn/haar klacht behandelt, door de plaatsvervanger vanuit zijn/haar fractie.
Artikel 5: de gemengde deontologische commissie wordt samengesteld uit :
*De fractie Eendracht
*De fractie FOCUS8720
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (DLB) en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC) en latere aanpassingen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC) en latere aanpassingen;
Gelet op de ministeriële omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 25 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids-en beheerscyclus;
Overwegende dat het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur oplossingen aanreikt om een geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn;
Overwegende dat daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld;
Overwegende dat op die manier een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal kan worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn;
Overwegende dat ook het financiële evenwicht voor de gemeente en het OCMW als één geheel gepresenteerd en beoordeeld, omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken;
Overwegende dat in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW, omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan; dat dit tot uiting komt in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen;
Overwegende dat het vroegere jaarlijkse budget voortaan is geïntegreerd in het meerjarenplan; dat de ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ook de kredieten voor dat jaar omvatten;
Overwegende dat in het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven, aangezien de gemeente en het OCMW immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten blijven; dat de kredieten duidelijk worden toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld;
Overwegende dat de vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad;
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben maar wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan hebben; dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan moet vaststellen; dat de gemeenteraad daarna het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, kan goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld;
Overwegende dat de goedkeuring van de gemeenteraad nodig is omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt;
Overwegende dat die besluitvorming het best als volgt kan verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Overwegende dat het ontwerp van meerjarenplan volgende documenten bevat:
Gelet op de voorafgaande toelichting van mevrouw Anne Van den Abeele, financieel directeur, op 8 december 2025;
Gelet op de toelichting ter zitting van mevrouw Charlotte Vandemoortele, schepen van financiën (cfr. audioverslag);
Gelet dat de fractie Focus8720 aangeeft om hun uiteenzetting in de gemeenteraad aan te brengen;
BESLIST
Artikel 1: De Raad neemt kennis van de beleidsverklaring en stelt het OCMW-gedeelte van het geïntegreerd meerjarenplan 2026–2031 (BP2026_2031-0), bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting, vast.
Artikel 2: De kredieten voor het boekjaar 2026 (M3) voor het OCMW worden vastgesteld zoals opgenomen in het meerjarenplan en vormen de autorisatie voor de uitvoering van uitgaven en ontvangsten.
| 2026 | ||
| Uitgaven | Ontvangsten | |
| Kredieten OCMW | ||
| Exploitatie | 2.762.510 | 1.308.499 |
| Investeringen | 150.000 | 450.000 |
| Financiering | 0 | 0 |
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de lokale rechtspositieregeling;
Gelet op het sectoraal akkoord van 11 juni 2025 over de koopkrachtverhoging voor dienstenchequemedewerkers bij de Vlaamse lokale besturen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2025 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, wat betreft de aanpassing van het bedrag van de tegemoetkoming;
Gelet op het subsidiebesluit van de Vlaamse regering van 5 december 2025 over de financiering van de koopkrachtmaatregel voor dienstenchequemedewerkers voor de maanden januari en februari;
Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 augustus 2025 betreffende de aanpassing van de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel tewerkgesteld in de poetsdienst aan huis: invoeren van de nieuwe weddeschaal voor het schoonmaakpersoneel in de poetsdienst aan huis (E1-E3) en dit met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025;
Overwegende dat het sectoraal akkoord van 11 juni 2025 een loonsverhoging van 1 euro bruto vooropstelt voor alle uren die een dienstenchequemedewerker presteert en dat de lokale besturen ter compensatie 1 euro ontvangen per gepresteerd uur bij de klant, dit met ingang van 1 januari 2025;
Overwegende dat in het financieringsbesluit van 18 juli 2025 de Vlaamse regering de compensatie voor de lokale besturen pas vanaf 1 maart 2025 is voorzien in plaats van vanaf 1 januari 2025;
Overwegende dat de VVSG heeft aangeraden om de loonsverhoging voor dienstenchequemedewerkers niet toe te passen in januari en februari 2025, zolang er geen duidelijkheid was over de financiering vanuit de Vlaamse regering voor de betreffende maanden;
Overwegende dat de uitbetalingen van de loonsverhoging aan de medewerkers hebben plaatsgevonden vanaf maart 2025, maar het fiscaal jaar binnenkort dient afgesloten te worden;
Overwegende dat wij op 10 december 2026 via berichtgeving van de VVSG op de hoogte werden gebracht dat de Vlaamse regering toch zal instaan voor de financiering van de loonsverhoging voor de maanden januari en februari;
Overwegende dat de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn aldus toch herbevestigd kan worden : de nieuwe weddeschaal voor het schoonmaakpersoneel in de poetsdienst aan huis wordt met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf 1 januari 2025;
BESLIST
Enig artikel: de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 augustus 2025 wordt herbevestigd: de nieuwe weddeschaal voor het schoonmaakpersoneel in de poetsdienst aan huis wordt ingevoerd met ingang van 1 januari 2025.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018
Gelet op de bepalingen van de lokale rechtspositieregeling, zoals gewijzigd;
Gelet op de kalender 2026, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing, en de feestdagen en dienstvrijstellingen zoals deze zijn voorzien in de rechtspositieregeling;
Overwegende dat in 2026 vier feestdagen samenvallen met een zaterdag of een zondag, namelijk:
Overwegende dat deze dagen op één of andere manier dienen toegekend te worden aan de personeelsleden;
Aangezien de raad, na voorafgaandelijk overleg met de vakbonden, bevoegd is om hieromtrent standpunt in te nemen;
Overwegende dat er voorgesteld wordt om de feestdagen en compensatiedagen zoveel mogelijk vrij te laten kiezen; dat er enkel dagen vastgelegd worden op dagen waar de diensten collectief gesloten zijn of in collectief verlof van het IBO. Hierop wordt 1 uitzondering gemaakt voor het IBO-personeel: de feestdag van 1 november wordt gecompenseerd op 24 december 2026, op 31 december 2026 wordt dan een volledige dag dienstvrijstelling voorzien;
Gelet op het voorstel ‘Kalender 2026 - GH en OCMW’, ‘Kalender 2026 - OCMW-personeel in dienst na 2011 (uitgez. IBO)’, ‘Kalender 2026 - IBO-personeel in dienst na 2011’, ‘Kalender 2026 - IBO-personeel in dienst vóór 2011' en ’Kalender 2026 - OCMW personeel maaltijdenbedeling in dienst na 2011' van OCMW Dentergem zoals opgenomen in bijlage;
Gelet dat huidig voorstel aan de vakbonden werd overgemaakt;
BESLIST
Artikel 1: voor de medewerkers van het OCMW wordt de kalender 2026 vastgesteld zoals opgenomen in de bijlagen:
Artikel 2: deze bijlagen maken integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3: volgende bepalingen worden vastgelegd:
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besluiten;
Gelet op het koninklijk besluit tot wijziging van artikel19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 17 november 2025;
Gelet op het federale regeerakkoord 2025 - 2029;
Gelet op de bepalingen van de lokale rechtspositieregeling, zoals gewijzigd;
Gelet dat in het federale regeerakkoord werd opgenomen dat de maximale waarde van een maaltijdcheques verhoogd wordt naar 10 euro per dag vanaf 1 januari 2026;
Gelet op het koninklijk besluit waarin bepaald wordt de maximale werkgeversbijdrage die vrijgesteld is van RSZ-bijdragen vanaf 1 januari 2026 stijgt van € 6,91 naar € 8,91;
Gelet op het gunstig advies van de vertegenwoordigers van de vakbonden;
Overwegende dat maaltijdcheques een sociaal voordeel vormen dat de koopkracht van medewerkers versterkt en een verhoging naar 10 euro bijdraagt aan een aantrekkelijk en competitief arbeidsvoorwaardenpakket;
Overwegende dat deze maatregel past binnen de strategische doelstelling om een moderne en mensgerichte werkgever te zijn en de budgettaire impact werd berekend en binnen de voorziene personeelskredieten kan worden opgenomen;
BESLIST
Artikel 1: De nominale waarde van de maaltijdcheques voor alle medewerkers van het OCMW Dentergem wordt vastgesteld op 10 euro per prestatie van 7u36.
Artikel 2: De werkgeversbijdrage wordt vastgesteld op € 8,90 euro, de werknemersbijdrage op € 1,10.
Artikel 3: Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Ingevolge het gewijzigd huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden die niet op de agenda van de raad staan.
Zij moeten deze vragen ten laatste 2 dagen voor de zitting schriftelijk overmaken aan de algemeen directeur en de voorzitter van de raad. De raadsleden hebben het recht om deze voorafgaandelijk ingediende vragen toe te lichten ter zitting.
Op deze mondelinge vragen wordt indien mogelijk tijdens de betreffende zitting geantwoord en ten laatste tegen de volgende zitting.
Deze mondelinge vragenronde handelt over onderstaande punten en kan integraal (inclusief de antwoorden) beluisterd worden via het audioverslag op de gemeentelijke website.
Voor deze zitting werden evenwel geen variapunten ingediend.
Gedaan in voormelde zitting
NAMENS DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Sofie De Clerck
Algemeen directeur
Lennart Vanquickenborne
Voorzitter