Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

wo 19/11/2025 - 20:30

Vaststellen aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting

Aanwezig: Lennart Vanquickenborne, Voorzitter gemeenteraad
Koenraad Degroote, Burgemeester
Charlotte Vandemoortele, Ives Lambrecht, Gunther Simoens, Schepenen
Bart De Keukeleire, voorzitter BCSD
Rita Delmotte, Luc Vercaemer, Tim Van Rijckeghem, Aniek Van de Velde, Joke Vandemaele, Celine Baeckelandt, Simon Vanquickenborne, Greta Chantrie, Filip Ally, Marleen Lagrange, Stijn Mannens, Stefanie Persijn, Gemeenteraadsleden
Sofie De Clerck, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Bernard Vandaele, Gemeenteraadslid

DE GEMEENTERAAD

Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikelen, 41, 162 en 170§4;

Gelet op het gecoördineerde wetboek op de inkomstenbelasting, in het bijzonder artikelen 464 tot en met 470/2;

Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 17 november 2021 houdende het vaststellen van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

Overwegende dat de aanvullende belasting op de personenbelasting één van de belangrijkste ontvangsten is voor gemeenten;

Overwegende dat de gemeenten niet zelf instaan voor de invordering van hun aanvullende belastingen maar zij gehouden zijn tot de data die wettelijk of decretaal bepaald zijn voor het vaststellen van hun reglementen en het overmaken van hun tarieven aan de overheid die de hoofdbelasting invordert;

Overwegende dat de aanvullende belasting op de personenbelasting wordt gevestigd als een percentage op de inkomstenbelastingen die geregeld, gevestigd en ingevorderd worden door de federale overheid;

Overwegende dat dit percentage door de gemeenteraad dient vastgesteld te worden;

Overwegende dat we deze belasting willen vaststellen voor meerdere aanslagjaren, teneinde de jaarlijks terugkerende administratieve last zo veel mogelijk te reduceren;

Gelet op de tussenkomst door raadslid A. Van de Velde en de reactie door burgemeester K. Degroote (cfr. audioverslag);

Publieke stemming
Aanwezig: Lennart Vanquickenborne, Koenraad Degroote, Charlotte Vandemoortele, Ives Lambrecht, Gunther Simoens, Bart De Keukeleire, Rita Delmotte, Luc Vercaemer, Tim Van Rijckeghem, Aniek Van de Velde, Joke Vandemaele, Celine Baeckelandt, Simon Vanquickenborne, Greta Chantrie, Filip Ally, Marleen Lagrange, Stijn Mannens, Stefanie Persijn, Sofie De Clerck
Voorstanders: Lennart Vanquickenborne, Koenraad Degroote, Charlotte Vandemoortele, Ives Lambrecht, Gunther Simoens, Bart De Keukeleire, Rita Delmotte, Celine Baeckelandt, Stijn Mannens, Stefanie Persijn
Onthouders: Luc Vercaemer, Tim Van Rijckeghem, Aniek Van de Velde, Joke Vandemaele, Simon Vanquickenborne, Greta Chantrie, Filip Ally, Marleen Lagrange
Resultaat: Met 10 stemmen voor, 8 onthoudingen

BESLIST

Artikel 1: voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt jaarlijks een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 2: de belasting wordt vastgesteld op 7,5% van het volgens artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

Artikel 3: de vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wet­boek van de inkomstenbelastingen.

Artikel 4: deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.