DE GEMEENTERAAD
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 17 februari 2005 houdende de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
Gelet dat deze beslissing van de gemeenteraad uit 2005 enkel nog een premie voorziet voor het aanleggen van een hemelwaterput zowel bij een bestaande woning, als bij vernieuwbouw, als bij het optrekken van een nieuwe woning;
Overwegende dat in Vlaanderen het plaatsen van een hemelwaterput bij nieuwbouw en bepaalde verbouwingen al verplicht is volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening;
Overwegende dat een subsidie voor iets dat wettelijk verplicht is, overbodig wordt en kan gezien worden als dubbel gebruik van publieke middelen;
Overwegende dat subsidies vooral een stimulerend effect hebben wanneer de maatregel vrijwillig is;
Overwegende dat het nut van de financiële prikkel vervalt zodra de installatie verplicht is;
Overwegende dat gemeenten waar wel nog een premie toegekend wordt dit altijd voorwaardelijk is, waaronder steeds de voorwaarde dat het niet (wettelijk) verplicht is;
Overwegende dat het beheer van subsidies eveneens administratieve lasten met zich meebrengt die verminderd worden wanneer de subsidie geschrapt wordt;
Overwegende dat Fluvius in veel gemeenten een premie voorziet van max. 250 euro voor een hemelwaterput met pompinstallatie onder een aantal voorwaarden :
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad heft de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (gemeenteraad van 17 februari 2005) op met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2: de gemeenteraad beslist dat voor hemelwaterputten die aangelegd werden voor 1 januari 2026 nog een premie kan aangevraagd worden tot en met 31 maart 2026, de datum van de voorgelegde factuur ter staving mag evenwel niet ouder zijn dan 3 maanden.
Artikel 3: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.