DE GEMEENTERAAD
Na vastgesteld te hebben dat in toepassing van artikel 20 van het decreet over het lokaal bestuur elk raadslid minstens acht dagen op voorhand, de notulen samen met de uitnodiging tot de vergadering, de dagorde van deze zitting heeft ontvangen, en dat in toepassing van artikel 249 elk raadslid minstens veertien dagen voor de vergadering een ontwerp van de beleidsrapporten (indien geagendeerd) met alle bijlagen heeft ontvangen.
GAAT OVER TOT DE DAGORDE
De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 19:39.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de ontwerpnotulen van de zitting van de gemeenteraad van 19 november 2025;
In toepassing van artikel 32 van het decreet over het lokaal bestuur wordt een zittingsverslag gemaakt aan de hand van een audioverslag dat gepubliceerd wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur.
BESLIST
Enig artikel: de notulen van de zitting van de gemeenteraad van 19 november 2025 worden goedgekeurd.
Gelet op de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikel 39;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 januari 2025 houdende de vaststelling van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de artikel 26 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad en de raad van maatschappelijk welzijn van 19 november 2025 houdende de goedkeuring van de deontologische code voor mandatarissen;
Gelet op artikel 27 van de deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat een gemengde deontologische commissie moet opgericht worden, samengesteld uit een beperkt aantal leden aangeduid uit de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, die waakt over de naleving van de deontologische code;
Overwegende dat er geen afzonderlijke leden moeten aangeduid worden uit de raad voor maatschappelijk welzijn daar de samenstelling identiek is aan de gemeenteraad met ingang van 4 december 2024;
Overwegende dat tijdens de gemeenteraad van 19 november 2025 gevraagd werd aan de fractievoorzitters om hun kandidaten schriftelijk voor te dragen;
Gelet op de voordracht van kandidaten voor deze gemengde deontologische commissie vanuit
*De fractie Eendracht :
*De fractie FOCUS8720 :
Overwegende dat de voorzitter vaststelt dat de ontvangen voordrachten ontvankelijk zijn en overeenstemmen met het aantal te begeven mandaten;
BESLIST
Artikel 1: de gemengde deontologische commissie bestaat uit 5 stemgerechtigde leden.
Artikel 2: de leden worden op volgende wijze evenredig verdeeld:
De voorzitter van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn maakt verplicht deel uit van de deontologische commissie.
Artikel 3: de voorzitter van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn is tevens de voorzitter van de deontologische commissie. Het ambt van secretaris van de deontologische commissie wordt waargenomen door de algemeen directeur.
Artikel 4: indien er een klacht is over een gemeenteraadslid of raadslid van de raad voor maatschappelijk welzijn dat tevens lid is van de deontologische commissie, dan wordt het desbetreffende lid vervangen in de vergadering van de deontologische commissie die zijn/haar klacht behandelt, door de plaatsvervanger vanuit zijn/haar fractie.
Artikel 5: de gemengde deontologische commissie wordt samengesteld uit:
*De fractie Eendracht
*De fractie FOCUS8720
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het auditrapport van de audit op maat ‘belastingen en retributies’ van 20 november 2025 opgemaakt door Audit Vlaanderen, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Gelet op het auditrapport ‘beoordeling aanpak organisatiebeheersing’ van 20 november 2025 opgemaakt door Audit Vlaanderen, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Overwegende dat Audit Vlaanderen in de zomer van 2025 bij het lokaal bestuur Dentergem een audit heeft uitgevoerd;
Overwegende dat de onderzochte auditvragen de volgende waren:
In welke mate zijn de sleutelcontroles binnen het proces ‘aanrekenen en innen van gemeentelijke belastingen en retributies’ doeltreffend om de volledigheid en juistheid van de inning te waarborgen, met inbegrip van een gelijkwaardige behandeling van alle burgers?
Overwegende dat de algemeen directeur de ontwerprapporten van Audit Vlaanderen op 8 oktober 2025 ontving;
Overwegende dat aan het managementteam gevraagd werd om een managementreactie te formuleren op beide ontwerprapporten;
Overwegende dat Audit Vlaanderen zijn definitieve rapporten opmaakte waarin de managementreactie integraal is opgenomen. De definitieve auditrapporten worden ook bezorgd aan de burgemeester en de voorzitter van de gemeenteraad/ raad voor maatschappelijk welzijn;
Overwegende dat de rapporten ter kennisgeving worden voorgelegd aan de raadsleden;
Overwegende dat de auditrapporten vallen onder de actieve openbaarheid van bestuur en na de gemeenteraad ook gepubliceerd moeten worden op de gemeentelijke website;
Gelet op de reactie van S. Vanquickenborne (cfr. audioverslag) op de voorliggende rapporten, waarbij een aantal vragen worden geformuleerd worden;
Gelet dat burgemeester erop wijst dat dit louter een kennisname is, waarop raadslid A. Van de Velde vraagt om toch te antwoorden doch burgemeester K. Degroote behoudt zijn standpunt en stelt dat daar later kan op teruggekomen worden;
Gelet dat deze tussenkomsten integraal kunnen beluisterd worden in het audioverslag dat op de gemeentelijke website gepubliceerd wordt;
BESLIST
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van de rapporten die het resultaat zijn van de audit op maat 'belastingen en retributies' en een beoordeling over de aanpak van organisatiebeheersing uitgevoerd door Audit Vlaanderen in lokaal bestuur Dentergem.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 15 oktober 2025 betreffende de goedkeuring van de agenda en vaststelling van het mandaat voor de buitengewone algemene vergadering van Fluvius West van 16 december 2025;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 28 november 2025 houdende de kennisname nazending Fluvius en goedkeuring aangepaste agenda en hervaststelling van het mandaat - Buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025;
Gelet op de nazending van 24 november 2025 van Fluvius West betreffende de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025;
Gelet dat de Raad van Bestuur van Fluvius West in zijn vergadering van 20 november 2025 besliste om in te gaan op de vraag van verschillende gemeenten om de voorgestelde wijzigingen aan de statuten met betrekking tot de activiteit warme, niet te behandelen op de Buitengewone Algemene vergadering van 16 december 2025, zodat bijkomende verduidelijking en toelichting bij dit dossier kan gegeven worden;
Gelet dat de statutenwijziging op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van 16 december 2025 behouden blijft en dat de voorgestelde wijzigingen ter goedkeuring zullen voorgelegd worden, enkel de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte niet ter goedkeuring worden voorgelegd;
Gelet dat de gemeenteraad in haar zitting van 15 oktober 2025 reeds de agenda goedkeurde en de vaststelling van het mandaat behandelde;
Overwegende dat de nazending van 24 november 2025 van Fluvius werd voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen op 28 november 2025 ter kennisname, ter goedkeuring agenda en hervaststelling van het mandaat;
Overwegende de wijziging van het door de gemeenteraad goedgekeurd agendapunt 3. Statutenwijziging, met name;
3. Statutenwijzigingen:
Overwegende dat de eerstkomende gemeenteraad daags na de eerstkomende buitengewone algemene vergadering valt en deze wijziging van agenda en statutenwijziging aldus niet voortijdig aan de gemeenteraad ter kennis gebracht kan worden en het mandaat niet tijdig opnieuw vastgesteld kan worden door de gemeenteraad;
BESLIST
Enig artikel : de gemeenteraad neemt kennis van en bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 28 november 2025 waarbij de gewijzigde agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West van 16 december 2025 met betrekking tot agendapunt 3, de voorgestelde, gewijzigde, statutenwijzigingen van Fluvius West, en mevrouw Rita Delmotte aan te stellen als vertegenwoordiger op de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West van 16 december 2025.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en de gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen;
Gelet op de gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen inzake gemeentefiscaliteit;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 17 november 2021 houdende het vaststellen van de algemene milieubelasting voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025;
Gelet op het ontwerp van aangepast reglement, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Gelet dat het huidige belastingreglement met betrekking tot de algemene milieubelasting eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Overwegende dat de zorg voor het milieu een belangrijke taak is van het gemeentebestuur;
Overwegende dat we middelen willen voorzien voor acties rond het milieu en subsidies willen toekennen aan inwoners die zich inzetten voor het milieu en daartoe bijdragen;
Overwegende de billijkheid dat de inzamelings- en verwerkingskosten van het huishoudelijk afval deels te dekken zijn door de aanrekening van kosten op maat van de vervuiler (toepassing van het principe 'de vervuiler betaalt') en deels te verhalen op bewoners en bedrijven door een forfaitaire (te indexeren) algemene milieubelasting;
Overwegende dat het gemeentebestuur het gerechtvaardigd acht deze belasting, die reeds van toepassing was voor de aanslagjaren 2020-2025, verder te zetten voor de periode 2026 - 2031. Het gemeentebestuur kiest bewust voor het hetzelfde tarief dat van toepassing was voor de periode 2020-2025;
Gelet dat raadslid S. Vanquickenborne verwijst naar vraagstelling en motivering omtrent deze milieubelasting tijdens de vorige gemeenteraad en deze herhaalt;
Gelet op het antwoord van schepen Ch. Vandemoortele, de repliek van raadslid S.Vanquickenborne en het antwoord door burgemeester Degroote;
De integrale tussenkomsten kunnen beluisterd worden in het audioverslag dat op de gemeentelijke website gepubliceerd wordt;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het aangepast reglement algemene milieubelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing, vast.
Artikel 2: dit aangepast reglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 170§4;
Gelet op de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en de gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het KB van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;
Gelet op het KB van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan de vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven;
Gelet op het ministerieel besluit van 15 maart 2013, laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 20 december 2023, tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan de vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven;
Gelet op de gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen inzake gemeentefiscaliteit;
Gelet op de brief van 8 oktober 2024 van de FOD Binnenlandse Zaken waarin het tarief van de vergoedingen ten laste van gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en - documenten vanaf 1 januari 2025 wordt meegedeeld;
Gelet dat bij gebrek aan communicatie door FOD Binnelande Zaken inzake de tarieven voor het jaar 2026, het lokaal bestuur zelf geïndexeerd heeft op basis van de indexeringsformule van het ministerieel besluit van 15 maart 2013, laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 20 december 2023,
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 20 november 2024 houdende het vaststellen van de gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken;
Gelet dat het huidige reglement met betrekking tot gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Gelet op het ontwerp van reglement met betrekking tot gemeentebelasting op de afgifte van de administratieve stukken
Overwegende dat de FOD Binnenlandse Zaken vanaf 1 januari 2026 de tarieven aanpast voor het uitreiken van elektronische identiteitskaarten- en documenten (aanpassing aan de index en afronding naar de hogere tien eurocent), maar het gemeentebestuur daar echter nog geen bericht over ontving;
Overwegende dat bij gebrek aan communicatie door FOD Binnelande Zaken inzake de tarieven voor het jaar 2026, het lokaal bestuur zelf geïndexeerd heeft op basis van de indexeringsformule van het ministerieel besluit van 15 maart 2013, laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 20 december 2023;
Overwegende dat de tarieven op dit ogenblik (vanaf 1 januari 2025) de volgende zijn:
| Tarieven op 1/1/2025 |
gemeentelijke taks |
Totaal |
|
| A. Normale procedure |
|
|
|
| elektronische identiteitskaarten voor Belgen |
19,70 Euro |
10,30 Euro |
30,00 Euro |
| elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar |
7,90 Euro |
1,10 Euro |
9,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, f) tot l) |
19,70 Euro |
10,30 Euro |
30,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, a) tot e), m) en n) |
20,30 Euro |
10,20 Euro |
30,50 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, a), b), d) en e) | 11,10 Euro | 1,10 Euro | 12,20 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, f), g), h), i), k) en l) | 7,90 Euro | 1,10 Euro | 9,00 Euro |
| B. Spoedprocedure met gecentraliseerde levering van de kaart en PIN/PUK bij de Algemene Directie Instellingen en Bevolking van de FOD Binnenlandse Zaken - Brussel |
|
|
|
| elektronische identiteitskaarten voor Belgen |
158,20 Euro |
25,80 Euro |
184,00 Euro |
| elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar |
146,40 Euro |
17,60 Euro |
164,00 Euro |
| C. Spoedprocedure met levering van de kaart en PIN/PUK bij de gemeenten |
|
|
|
| elektronische identiteitskaarten voor Belgen |
120,20 Euro |
22,80 Euro |
143,00 Euro |
| elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar |
108,40 Euro |
24,60 Euro |
133,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, f) tot l) |
120,20 Euro |
22,80 Euro |
143,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, a) tot e), m) en n) |
120,20 Euro |
22,80 Euro |
143,00 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, a), b), d) en e) |
120,20 Euro |
24,60 Euro |
144,80 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, f), g), h), i), k) en l) |
108,40 Euro |
24,60 Euro |
133,00 Euro |
Overwegende dat het raadzaam is de gemeentelijke taksen zodanig aan te passen dat er gewerkt kan worden met afgeronde bedragen voor de meest voorkomende identiteitsdocumenten aangezien dit praktischer is zowel voor de administratie als voor de burger;
Overwegende dat indicatief de tarieven van 1 januari 2026 als volgt zouden zijn in toepassing van het bijgevoegd aangepast reglement aan dit besluit:
| Tarieven op 1/1/2026 |
gemeentelijke taks |
Totaal |
|
| A. Normale procedure |
|
|
|
| elektronische identiteitskaarten voor Belgen |
20,10 Euro |
9,90 Euro |
30,00 Euro |
| elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar |
8,00 Euro |
1,00 Euro |
9,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, f) tot l) |
20,10 Euro |
9,90 Euro |
30,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, a) tot e), m) en n) |
20,80 Euro |
9,70 Euro |
30,50 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, a), b), d) en e) | 11,40 Euro | 1,00 Euro | 12,40 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, f), g), h), i), k) en l) | 8,00 Euro | 1,00 Euro | 9,00 Euro |
| B. Spoedprocedure met gecentraliseerde levering van de kaart en PIN/PUK bij de Algemene Directie Instellingen en Bevolking van de FOD Binnenlandse Zaken - Brussel |
|
|
|
| elektronische identiteitskaarten voor Belgen |
161,90 Euro |
26,10 Euro |
188,00 Euro |
| elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar |
149,80 Euro |
17,20 Euro |
167,00 Euro |
| C. Spoedprocedure met levering van de kaart en PIN/PUK bij de gemeenten |
|
|
|
| elektronische identiteitskaarten voor Belgen |
123,00 Euro |
22,00 Euro |
145,00 Euro |
| elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar |
110,90 Euro |
24,10 Euro |
135,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, f) tot l) |
123,00 Euro |
22,00 Euro |
145,00 Euro |
| elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied verblijven (art.1, eerste lid, 4°, a) tot e), m) en n) |
123,00 Euro |
22,00 Euro |
145,00 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, a), b), d) en e) |
122,70 Euro |
24,10 Euro |
146,80 Euro |
| elektronische documenten afgegeven aan een vreemdeling onder de twaalf jaar bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, f), g), h), i), k) en l) |
110,90 Euro |
24,10 Euro |
135,00 Euro |
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het aangepast reglement 'Gemeentebelasting voor de afgifte van administratieve stukken', zoals in bijlage gevoegd aan huidig reglement, voor de jaren 2026 tot en met 2031, vast.
Artikel 2: dit reglement vervangt integraal het door de gemeenteraad goedgekeurde reglement 'Gemeentebelasting voor de afgifte van administratieve stukken' van 20 november 2024 en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en de gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen inzake gemeentefiscaliteit;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 16 december 2020 houdende het vaststellen van het belastingreglement inname openbaar domein;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 31 maart 2021 houdende de aanpassing van het retributiereglement inname openbaar domein;
Gelet op het algemeen politiereglement, in het bijzonder artikel 22 en verdere;
Gelet dat het huidige belastingreglement op inname openbaar domein eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Overwegende dat het verwerven van inkomsten via dergelijke retributies noodzakelijk is om de algemene uitgaven van de gemeente te dekken;
Overwegende de belangrijkste wijzigingen:
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het aangepast reglement op inname openbaar domein voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing, vast.
Artikel 2: dit aangepast reglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 170§4;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en de gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen inzake gemeentefiscaliteit;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 17 november 2021 houdende het vaststellen van de gemeentebelasting op bedrijven;
Gelet op het ontwerp van aangepast belastingreglement, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Gelet dat het huidige belastingreglement met betrekking tot de belasting op bedrijven eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Overwegende dat de ontvangsten en de uitgaven van de gemeente in evenwicht moeten gehouden worden en dat het hiertoe budgettair noodzakelijk is om te voorzien in het heffen van eigen gemeentelijke belastingen gericht op de lokale omstandigheden en ter ondersteuning van bepaalde beleidsaspecten;
Overwegende dat gemotiveerd kan worden dat bedrijven gevestigd in onze gemeente op een evenwichtige manier bijdragen tot de financiering van het gemeentelijk beleid;
BESLIST
Artikel 1: het belastingreglement 'algemene gemeentebelasting op bedrijven', toegevoegd als bijlage bij deze beslissing, wordt vastgesteld.
Artikel 2: het reglement is van toepassing op de aanslagjaren 2026-2031.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen over het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 170§4;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, het laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 houdende programmadecreet bij de begroting;
Gelet op het Koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen [WIB 1992], laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 betreffende programmadecreet bij de begroting 2025;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 2 mei 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet dat het huidige retributiereglement op het verwijderen van sluikstort eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Gelet dat de dienst omgeving de tarieven van de aanpalende gemeenten heeft nagekeken;
Gelet op het aangepast retributiereglement op het verwijderen van sluikstort in bijlage;
Overwegende de belangrijkste wijzigingen:
| Inzet van gemeentepersoneel |
40,00 euro per uur per personeelslid |
| Inzet van voertuigen |
45 euro per uur per voertuig |
| Transport voor ophalen en afvoeren van afval |
1 euro per kilometer |
| Verwerking opgeruimd afval |
40 euro per kilo * |
| Verbruikte goederen en/of materiaal |
Tegen aankoopprijs |
* voor zover het geen afval is waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In dit geval worden ook de werkelijke kosten van deze verwerking doorgerekend.
De vermelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur, ingezamelde kilo en begonnen kilometer.
Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente wordt het factuurbedrag doorgerekend aan de sluikstorter of de eigenaar van het perceel.
Wordt gewijzigd in:
| Afval met een volume tot 1 m³ |
€240,00 |
| Afval met een volume van meer dan 1 m³ tot 5 m³ |
€360,00 |
| Afval met een volume van of meer dan 5 m³
Vermeerderd per bijkomende m³ of gedeelte van m³ |
€420,00
€60,00 |
|
|
|
| Verhoging per m³ of gedeelte van m³, indien gevaarlijk afval |
€90,00 |
Gelet op de vraagstelling door raadslid A. Van de Velde omtrent belastingen en retributies die wel in het MJP staan als ontvangsten, vb. logies en 2de verblijven, maar die nu niet op de agenda staan;
Gelet op de antwoorden door schepen Ch. Vandemoortele en burgemeester K. Degroote, dat sommige ontvangsten pas vanaf 2027 zijn ingeschreven en dat de belasting op 2de verblijven reeds tijdens vorige gemeenteraad werd goedgekeurd;
Gelet dat deze tussenkomsten integraal kunnen beluisterd worden in het audioverslag dat gepubliceerd wordt op de gemeentelijke website;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het retributiereglement op het opruimen van sluikstort, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing, vast.
Artikel 2: dit reglement gaat in op 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 17 februari 2005 houdende de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
Gelet dat deze beslissing van de gemeenteraad uit 2005 enkel nog een premie voorziet voor het aanleggen van een hemelwaterput zowel bij een bestaande woning, als bij vernieuwbouw, als bij het optrekken van een nieuwe woning;
Overwegende dat in Vlaanderen het plaatsen van een hemelwaterput bij nieuwbouw en bepaalde verbouwingen al verplicht is volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening;
Overwegende dat een subsidie voor iets dat wettelijk verplicht is, overbodig wordt en kan gezien worden als dubbel gebruik van publieke middelen;
Overwegende dat subsidies vooral een stimulerend effect hebben wanneer de maatregel vrijwillig is;
Overwegende dat het nut van de financiële prikkel vervalt zodra de installatie verplicht is;
Overwegende dat gemeenten waar wel nog een premie toegekend wordt dit altijd voorwaardelijk is, waaronder steeds de voorwaarde dat het niet (wettelijk) verplicht is;
Overwegende dat het beheer van subsidies eveneens administratieve lasten met zich meebrengt die verminderd worden wanneer de subsidie geschrapt wordt;
Overwegende dat Fluvius in veel gemeenten een premie voorziet van max. 250 euro voor een hemelwaterput met pompinstallatie onder een aantal voorwaarden :
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad heft de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (gemeenteraad van 17 februari 2005) op met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2: de gemeenteraad beslist dat voor hemelwaterputten die aangelegd werden voor 1 januari 2026 nog een premie kan aangevraagd worden tot en met 31 maart 2026, de datum van de voorgelegde factuur ter staving mag evenwel niet ouder zijn dan 3 maanden.
Artikel 3: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 170§4;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 20 september 2017 houdende vaststelling van het reglement voor plaatsing en het onderhoud van individuele waterbehandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA's);
Gelet op de aanpassing van IBA-reglement dat in opmaak is.
Gelet op de vaststelling van het definitief zoneringsplan voor de gemeente Dentergem door de minister op 9 juni 2008 en de publicatie in het Belgisch Staatsblad op 28 augustus 2008;
Gelet op het aangepaste zoneringsplan dat ingediend werd in juli 2025 en nog dient goedgekeurd te worden door de bevoegde overheid.
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 15 december 2021 betreffende het vaststellen van de belasting betreffende de handhaving van afkoppeling van regen- en afvalwater van bestaande woningen gelegen in zones met aparte afvalwaterriool en betreffende de handhaving van de verplichte plaatsing van de installaties van individuele zuivering (IBA's) in zones waar een individuele zuivering moet worden voorzien;
Overwegende dat afkoppelingsprojecten voor bestaande woningen maatregelen voor hemel- en afvalwater omvatten;
Overwegende dat de aanleg van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel met een optimale afkoppeling op woningniveau noodzakelijk is om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies vanwege het Vlaams Gewest voor de uitvoering van rioleringswerken;
Overwegende dat er ingevolge de bepalingen van Vlarem II ten laste van de burger afkoppelingsplicht is in straten met gescheiden rioleringsstelsel en saneringsplicht in de rode zones van het zoneringsplan;
Overwegende dat, indien de maximale afkoppeling niet voor elke woning gebeurt, hemelwater in de afvalwaterleiding terechtkomt, wat kan zorgen voor overlast bij de naburige gebouwen waar de afkoppeling wel werd uitgevoerd;
Overwegende dat de afkoppeling van hemelwater van de openbare riolering een positieve invloed heeft op de efficiëntie en het rendement van de rioolzuiveringsinstallaties;
Overwegende dat de hemelwaterputten als buffergroep kunnen dienen en zo de druk op het gemeentelijk rioleringsstelsel kunnen verkleinen, de overstorten minder frequent doen werken en het zuiveringsproces faciliteren;
Overwegende dat hemelwater maximaal van de openbare riolering moet worden afgekoppeld en in de mate van het mogelijke moet hergebruikt worden;
Overwegende dat door de aanleg van infiltratievoorzieningen een buffer of bergingscapaciteit ontstaat waardoor er minder water moet worden afgevoerd, de afvoer bovendien vertraagd wordt, en de grondwaterreserves worden aangevuld;
Overwegende dat een gescheiden stelsel enkel werkt als de optimale afkoppeling voor elke woning gebeurt, dat de DWA leiding anders gedimensioneerd moet worden;
Overwegende dat de afkoppelingswerken opgelegd in de omgevingsvergunningen afgeleverd sinds 1 juli 1999 voor nieuwbouw en vernieuwbouw dienden te gebeuren door de bouwheer zodat er reeds een gescheiden afvoer van afvalwater werd gerealiseerd tot aan de rooilijn;
Overwegende dat het wenselijk is om in de afkoppelingsprojecten voor bestaande woningen, hemelwater optimaal af te koppelen volgens het ontwerpplan opgemaakt door de afkoppelingsdeskundige en goedgekeurd door de gemeente;
Overwegende dat de gemeente aldus voorziet in een deskundige begeleiding van de afkoppelingsprojecten door aanstelling en betaling van bovenvermelde afkoppelingsdeskundige die een ontwerpplan en een kostenraming opmaakt;
Overwegende dat de afkoppelingswerken op privéterrein gerealiseerd moeten worden door een aannemer in opdracht van de particuliere aansluiter of door de particuliere aansluiter zelf, en in elk van de beschreven gevallen, de kosten voor rekening zijn van de particuliere aansluiter;
Overwegende dat voor wegenis- en rioleringswerken die vanaf heden worden opgestart, de afkoppelingswerken volgens het afkoppelingsplan tegen uiterlijk de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken moeten uitgevoerd worden;
Overwegende dat het dus wenselijk is om een belasting te heffen op het niet of niet maximaal afkoppelen van hemelwater in bovenvermelde projecten en dat deze belasting enkel wordt aangerekend indien op het moment van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken, de afkoppelingswerken niet of niet conform het afkoppelingsplan, worden uitgevoerd;
Overwegende dat het omwille van een correcte aansluiting en werking van het gescheiden rioleringsstelsel niet kan toegelaten worden om zonder voorafgaande vergunning en toezicht van de gemeente een nieuwe of bijkomende aansluiting op een riolering te realiseren door de particuliere aangelanden;
Overwegende dat het bijzonder wenselijk is om een belasting te heffen op het illegaal realiseren en instandhouden van een rioolaansluiting op een DWA- of RWA-riolering;
Overwegende dat deze belasting in essentie tot doel heeft de afkoppeling op privaat domein te realiseren en enkel een stimulerend effect heeft om de werken wel te laten uitvoeren indien deze voldoende hoog is ;
Overwegende dat sedert 12 maart 2016 de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen van kracht zijn die samen met het gemeentelijk zoneringsplan vastlegt hoe en wanneer het huishoudelijk afvalwater moet gesaneerd worden;
Overwegende dat het gemeentelijk zoneringsplan van Dentergem het grondgebied heeft opgedeeld in 3 zones:
Overwegende dat het gebiedsdekkend uitvoeringsplan bepaalt welke projecten het meest dringend moeten worden uitgevoerd, op basis waarvan door de VMM prioriteitslijsten werden opgesteld;
Overwegende dat bij nieuwbouw of grondige verbouwing gescheiden aanleg van afval- en hemelwaterleiding tot aan de perceelsgrens wordt opgelegd in de omgevingsvergunning;
Overwegende dat de gebouwen of de woningen op de prioriteitenlijsten dienen over te gaan tot het plaatsen van een individuele zuivering (IBA), zelfs wanneer er geen sprake is van een nieuwbouw of grondige verbouwing waarin deze verplichting is opgelegd;
Overwegende dat deze belasting tot doel heeft ervoor te zorgen dat de verplicht te plaatsen individuele zuiveringen gerealiseerd wordt en enkel een stimulerend effect heeft om de werken wel te laten uitvoeren indien deze voldoende hoog is;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het (aangepast) belastingreglement betreffende de handhaving van afkoppeling van regen- en afvalwater van bestaande woningen gelegen in zones met aparte afvalwaterriool en betreffende de handhaving van de verplichte plaatsing van de installaties van individuele zuivering (IBA's) in zones waar een individuele zuivering moet worden voorzien voor het jaar 2026 vast.
Artikel 2: dit (aangepast) reglement gaat in op 1 januari 2026.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 170§4;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en de gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2021 houdende het goedkeuren van het belastingreglement op de ontgravingen;
Gelet dat het huidig belastingreglement op de ontgravingen eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Overwegende dat de materie inzake begraafplaatsen een kerntaak is van het lokaal bestuur;
Overwegende dat in bepaalde situaties stoffelijke overschotten dienen opgegraven/ontgraven te worden omwille van verschillende redenen;
Overwegende dat dit gevoelige materie betreft en het in dergelijke situaties belangrijk is om als lokaal bestuur duidelijkheid te scheppen over de praktische aangelegenheden;
Overwegende dat het daarom aangewezen is om een reglement op te maken inzake ontgravingen;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het aangepaste belastingreglement op de ontgravingen, zoals toegevoegd in bijlage aan deze beslissing, vast.
Artikel 2: dit reglement wordt bepaald voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 3: dit reglement vervangt integraal het door de gemeenteraad goedgekeurde belastingreglement op ontgravingen van 15 december 2021.
Artikel 4: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 5: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking.
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (DLB) en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC) en latere aanpassingen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC) en latere aanpassingen;
Gelet op de ministriële omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 25 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids-en beheerscyclus;
Overwegende dat het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur oplossingen aanreikt om een geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn;
Overwegende dat daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld;
Overwegende dat op die manier een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal kan worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn;
Overwegende dat ook het financiële evenwicht voor de gemeente en het OCMW samen wordt beoordeeld;
Overwegende dat in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW, omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan; dat dit tot uiting komt in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen;
Overwegende dat het vroegere jaarlijkse budget voortaan is geïntegreerd in het meerjarenplan; dat de ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ook de kredieten voor dat jaar omvatten;
Overwegende dat in het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven, aangezien de gemeente en het OCMW immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten blijven; dat de kredieten duidelijk worden toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld;
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben maar wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan hebben; dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan moet vaststellen; dat de gemeenteraad daarna het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, kan goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld;
Overwegende dat de goedkeuring van de gemeenteraad nodig is omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt;
Overwegende dat die besluitvorming het best als volgt kan verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Overwegende dat het ontwerp van meerjarenplan volgende documenten bevat:
Gelet op de voorafgaande toelichting van mevrouw Anne Van den Abeele, financieel directeur, op 8 december 2025;
Gelet op de toelichting ter zitting van mevrouw Charlotte Vandemoortele, schepen van financiën;
Gelet dat deze toelichting, evenals de vragen, antwoorden en replieken integraal kunnen beluisterd worden in het audioverslag dat op de gemeentelijke website gepubliceerd wordt;
Gelet dat er tussenkomsten zijn van raadsleden A. Van de Velde (10 algemene punten), S. Vanquickenborne (dieper ingaan op de cijfers), Joke Vandemaele (constructief benaderen maar aantal beleidsvragen);
Gelet op de reacties door burgemeester K. Degroote (algemene beschouwingen), schepen I. Lambrecht (wegenis, rioleringswerken en mobiliteit), schepen G. Simoens (cultuur, inspraak, studie, sport en ondernemen, incl. toerisme), schepen B. De Keukeleire (studie infrastructuur, BOA & onderwijs) en schepen Ch. Vandemoortele (mentaal welzijn en landbouw);
Gelet dat raadslid A. Van de Velde en schepen G. Simoens nog terugkomen op een toekomstige belasting op toeristen/logies;
BESLIST
Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van de beleidsverklaring en stelt het gemeente-gedeelte van het geïntegreerd meerjarenplan 2026–2031 (BP2026_2031-0), bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting, vast.
Artikel 2: De kredieten voor het boekjaar 2026 (M3) voor de gemeente worden vastgesteld zoals opgenomen in het meerjarenplan en vormen de autorisatie voor de uitvoering van uitgaven en ontvangsten.
| 2026 | ||
| Uitgaven | Ontvangsten | |
| Kredieten Gemeente | ||
| Exploitatie | 12.640.267 | 14.876.140 |
| Investeringen | 8.249.161 | 1.116.877 |
| Financiering | 78.407 | 111.652 |
| Leningen en leasings | 78.407 | 111.652 |
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (DLB) en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC) en latere aanpassingen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC) en latere aanpassingen;
Gelet op de ministriële omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 25 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids-en beheerscyclus;
Overwegende dat het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur oplossingen aanreikt om een geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn;
Overwegende dat daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld;
Overwegende dat op die manier een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal kan worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn;
Overwegende dat ook het financiële evenwicht voor de gemeente en het OCMW samen wordt beoordeeld;
Overwegende dat in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW, omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan; dat dit tot uiting komt in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen;
Overwegende dat het vroegere jaarlijkse budget voortaan is geïntegreerd in het meerjarenplan; dat de ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ook de kredieten voor dat jaar omvatten;
Overwegende dat in het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven, aangezien de gemeente en het OCMW immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten blijven; dat de kredieten duidelijk worden toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld;
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben maar wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan hebben; dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan moet vaststellen; dat de gemeenteraad daarna het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, kan goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld;
Overwegende dat de goedkeuring van de gemeenteraad nodig is omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt;
Overwegende dat die besluitvorming het best als volgt kan verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Overwegende dat het ontwerp van meerjarenplan volgende documenten bevat:
Gelet op de voorafgaande toelichting van mevrouw Anne Van den Abeele, financieel directeur, op 8 december 2025;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad keurt het OCMW-gedeelte van het geïntegreerd meerjarenplan 2026–2031 (BP2026_2031-0), bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting, goed.
Artikel 2: de gemeenteraad keurt de kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 (M3) goed.
| 2026 | ||
| Uitgaven | Ontvangsten | |
| Kredieten OCMW | ||
| Exploitatie | 2.762.510 | 1.308.499 |
| Investeringen | 150.000 | 450.000 |
| Financiering | 0 | 0 |
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 t.e.m. 44;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken;
Overwegende dat er nog geen advies van het representatief orgaan (bisdom) voorligt;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025, waarbij de afspraak werd gemaakt dat de totale exploitatietoelage voor de vier kerkfabrieken gezamenlijk een maximum van €100.000 per jaar, vanaf 2027 te indexeren met 2%, niet zal overschrijden gedurende de volledige periode van het meerjarenplan 2026-2031;
Overwegende dat eveneens de afspraak werd gemaakt dat investeringen waarvoor aan de gemeente een investeringstoelage gevraagd wordt pas ingeschreven worden nadat de gemeente zelf haar meerjarenplan, waarin deze toelage werd opgenomen, heeft vastgesteld, en wanneer er zicht is op een concrete timing;
Overwegende dat de gevraagde gemeentelijke exploitatiebijdrage de volgende is:
| 2026 | 29.542,02 Euro |
| 2027 | 43.183,91 Euro |
| 2028 | 43.233,91 Euro |
| 2029 | 43.233,91 Euro |
| 2030 | 43.233,91 Euro |
| 2031 | 43.233,91 Euro |
Overwegende dat er een gemeentelijke investeringstoelage van 7.500 Euro (2026) voor de restauratie van de Sint-Antoniuskapel te Wakken is ingeschreven;
Overwegende dat er een gemeentelijke investeringstoelage van 66.000 Euro (telkens 13.200 Euro per jaar in de periode 2027-2031) voor de restauratie van het orgel van de kerk is ingeschreven;
Gelet op het advies dd. 4 december 2025 van de financieel directeur, waarbij wordt geadviseerd om het meerjarenplan goed te keuren mits de investeringstoelage voor het orgel in de kerk wordt geschrapt;
BESLIST
Artikel 1: Goedkeuring mits aanpassing te verlenen aan het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken, waarbij de investeringstoelage voor de restauratie van het orgel in de kerk wordt geschrapt.
Artikel 2: De kerkfabriek wordt herinnerd aan de afspraak die gemaakt werd op het overleg tussen de gemeente en de vier kerkfabrieken op 27 augustus 2025 en deze wordt hierbij bevestigd: investeringen waarvoor aan de gemeente een investeringstoelage gevraagd worden ingeschreven worden nadat de gemeente zelf haar meerjarenplan, waarin deze toelage werd opgenomen, heeft vastgesteld, en wanneer er zicht is op een concrete timing;
Artikel 3: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken en het bisdom Brugge.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 t.e.m. 44;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.L.V. en Sint-Stefanus te Dentergem.
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025, waarbij de afspraak werd gemaakt dat de totale exploitatietoelage voor de vier kerkfabrieken gezamenlijk een maximum van €100.000 per jaar, vanaf 2027 te indexeren met 2%, niet zal overschrijden gedurende de volledige periode van het meerjarenplan 2026-2031;
Overwegende dat eveneens de afspraak werd gemaakt dat investeringen waarvoor aan de gemeente een investeringstoelage gevraagd wordt pas ingeschreven worden nadat de gemeente zelf haar meerjarenplan, waarin deze toelage werd opgenomen, heeft vastgesteld, en wanneer er zicht is op een concrete timing;
Overwegende dat de investeringsuitgaven en de gemeentelijke investeringstoelage voor de dakwerken aan de kerk zullen opgenomen worden van zodra er duidelijker zicht is op de timing (zal afhankelijk zijn van de toezegging van de subsidie door Vlaanderen) en van zodra de nodige kredieten hiervoor in het gemeentebudget zijn ingeschreven;
Overwegende dat de gevraagde gemeentelijke exploitatiebijdrage de volgende is:
| 2026 |
23.522,28 Euro |
| 2027 |
40.178,14 Euro |
| 2028 |
40.796,14 Euro |
| 2029 |
41.427,14 Euro |
| 2030 |
42.070,14 Euro |
| 2031 |
42.726,14 Euro |
Overwegende dat er geen investeringen werden opgenomen en geen gemeentelijke investeringstoelage is ingeschreven;
BESLIST
Artikel 1: Goedkeuring te verlenen aan het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.L.V. en Sint-Stefanus te Dentergem.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur en de kerkfabriek.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 t.e.m. 44;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem;
Overwegende dat er nog geen advies van het representatief orgaan (bisdom) voorligt;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025, waarbij de afspraak werd gemaakt dat de totale exploitatietoelage voor de vier kerkfabrieken gezamenlijk een maximum van €100.000 per jaar, vanaf 2027 te indexeren met 2%, niet zal overschrijden gedurende de volledige periode van het meerjarenplan 2026-2031, en waarbij de twee kleinste kerkfabrieken, Oeselgem en Markegem, een gelijke besparing zouden doorvoeren, net als de twee grootste kerkfabrieken een gelijke besparing zouden doorvoeren;
Overwegende dat, na analyse van de cijfers, blijkt dat de kerkfabriek van Markegem geen gelijke besparingsinspanning als de kerkfabriek van Oeselgem levert; dat zij slechts een besparing van 700 euro levert, terwijl Oeselgem 2.300 euro bespaart; dat dit niet volgens de gemaakte afspraak is;
Overwegende dat de gemeentelijke bijdrage in het meerjarenplan van de Kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem de volgende is:
| 2026 | 0,00 Euro |
| 2027 | 19.217,55 Euro |
| 2028 | 19.602,65 Euro |
| 2029 | 19.995,47 Euro |
| 2030 | 20.396,12 Euro |
| 2031 | 20.804,82 Euro |
Gelet op het financieel advies van de financieel directeur van 4 december 2025, waarbij wordt geadviseerd om het meerjarenplan goed te keuren mits er een extra besparing van 1.500 euro in de exploitatie wordt toegepast;
BESLIST
Artikel 1: Goedkeuring mits aanpassing te verlenen aan het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem en het bisdom Brugge.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 t.e.m. 44;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem;
Overwegende dat er nog geen advies van het representatief orgaan (bisdom) voorligt;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025;
Overwegende dat de gemeentelijke bijdrage in het meerjarenplan van de Kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem de volgende is:
| 2026 | 0,00 Euro |
| 2027 | 5.843,86 Euro |
| 2028 | 5.643,86 Euro |
| 2029 | 5.503,86 Euro |
| 2030 | 5.353,86 Euro |
| 2031 | 5.203,86 Euro |
Overwegende dat er geen investeringsuitgaven en geen gemeentelijke investeringstoelage is ingeschreven;
BESLIST
Artikel 1: Goedkeuring te verlenen aan het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem en het bisdom Brugge.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op de bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005, met inbegrip van alle latere wijzigingen, en in het bijzonder artikel 43, §2, 10°;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 t.e.m. 50;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.L.Vrouw en Sint-Stefanus te Dentergem, dat tevens in huidige zitting voorligt ter goedkeuring;
Overwegende dat er nog geen advies van het erkend representatief orgaan (bisdom) voorligt;
Overwegende dat de Kerkfabriek O.L. Vrouw en Sint-Stefanus op 16 juni 2025 in haar kerkraad het door haar opgemaakte budget 2026 vaststelde;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025;
Overwegende dat de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie in het budget 2026 van de Kerkfabriek O.L. Vrouw en Sint-Stefanus te Dentergem 23.522,28 Euro bedraagt;
Overwegende dat deze bijdrage in de exploitatie past in het meerjarenplan van de kerkfabriek;
BESLIST
Artikel 1: Akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek O.L. Vrouw en Sint-Stefanus te Dentergem.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek O.L. Vrouw en Sint-Stefanus te Dentergem en het bisdom Brugge.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op de bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005, met inbegrip van alle latere wijzigingen, en in het bijzonder artikel 43, §2, 10°;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 t.e.m. 50;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken, dat tevens in huidige zitting voorligt ter goedkeuring mits aanpassing;
Overwegende dat de Kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina op 17 november 2025 in haar kerkraad het door haar opgemaakte budget 2026 goedkeurde;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025;
Overwegende dat er nog geen advies van het erkend representatief orgaan (bisdom) voorligt;
Overwegende dat de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie in het budget 2026 van de Kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken 29.542,02 Euro bedraagt; dat deze bijdrage in de exploitatie past in het meerjarenplan van de kerkfabriek, waar de gemeentelijke exploitatietoelage ook 29.542,02 Euro bedraagt;
Overwegende dat er gemeentelijke investeringstoelage van 7.500 Euro voor de restauratie van de Sint-Antoniuskapel werd ingeschreven; dat deze toelage ook werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031;
BESLIST
Artikel 1: Akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek SS.-Petrus en Catharina te Wakken en het bisdom Brugge.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op de bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005, met inbegrip van alle latere wijzigingen, en in het bijzonder artikel 43, §2, 10°;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 t.e.m. 50;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem, dat tevens in huidige zitting voorligt ter goedkeuring;
Overwegende dat de Kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia op 28 oktober 2025 in haar kerkraad het door haar opgemaakte budget 2026 vaststelde;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025;
Overwegende dat de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie in het budget 2026 van de Kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem 0,00 Euro bedraagt;
Overwegende dat er geen investeringen zijn ingeschreven;
BESLIST
Artikel 1: Akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek SS.-Amandus en Lucia te Markegem en het bisdom Brugge.
Gelet op de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (decreet LOKAAL BESTUUR - DLB), en in het bijzonder artikel 40;
Gelet op de bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005, met inbegrip van alle latere wijzigingen, en in het bijzonder artikel 43, §2, 10°;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 t.e.m. 50;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem, dat tevens in huidige zitting voorligt ter goedkeuring;
Overwegende dat de Kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem op 10 juli 2025 in haar kerkraad het door haar opgemaakte budget 2026 vaststelde;
Gelet op het overleg tussen het centraal kerkbestuur Dentergem en de gemeente Dentergem op 27 augustus 2025;
Overwegende dat de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie in het budget 2026 van de Kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem 0,00 Euro bedraagt;
Overwegende dat er geen investeringen zijn ingeschreven;
BESLIST
Artikel 1: Akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem.
Artikel 2: Een uittreksel van huidige beslissing over te maken aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek Sint-Martinus te Oeselgem en het bisdom Brugge.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 16 oktober 2024 houdende de goedkeuring van de thans geldende versie van het Algemeen Politiereglement (algemeen en zonaal deel) binnen de PZ MIDOW;
Gelet dat binnen het zonaal gedeelte van het APR een TITEL 4. OPENBARE REINHEID EN GEZONDHEID, HOOFDSTUK 1. VERWIJDERING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN EN VERGELIJKBARE BEDRIJFSAFVALSTOFFEN is opgenomen;
Gelet dat IVIO dit onderdeel van het APR wenst aan te passen in functie van het nieuwe DIFTAR-systeem;
Gelet dat er op 25 november 2025 door IVIO een aangepast reglement werd toegestuurd inzake de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
Gelet dat het niet aangewezen is om dit aangepast reglement in het zonaal gedeelte van het APR in te passen om tot een nieuwe gecoördineerde versie te komen;
Overwegende dat de IVIO-gemeenten van de resterende MIDOW-gemeenten ervoor zouden opteren om dit in te passen in het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement;
Gelet dat lokaal bestuur Dentergem op heden niet beschikt over een lokaal gedeelte en dit bijvolg dient voorgelegd te worden als afzonderlijke beslissing;
Gelet dat de aangepaste politieverordening als bijlage is toegevoegd;
BESLIST
Enig artikel: de gemeenteraad keurt de voorgelegde politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, zoals toegevoegd in bijlage aan huidige beslissing goed. De hiermee strijdige bepalingen in het APR zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 oktober 2024 worden opgeheven.
Gelet op het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41, 23°;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Lokaal Materialenplan OVAM 2023-2030, Vlaamse Overheid, mei 2023;
Gelet dat de gemeente Dentergem het composteren wil aanmoedigen, want wat gecomposteerd kan worden, hoeft niet in de restafvalzak, noch in GFT-container en de compost kan nog lokaal gebruikt worden;
Gelet dat in het verleden OVAM geregeld subsidies aanbood voor groepsaankopen, waardoor er via de Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeleid in Izegem en Ommeland IVIO, hierna afgekort “IVIO”, relatief goedkoop compostvaten en -bakken verdeeld konden worden;
Gelet dat deze subsidie echter niet meer wordt aangeboden door OVAM, waardoor de gemeente in samenspraak met IVIO een alternatief heeft gezocht.
Gelet dat ook wormenbakken worden toegestaan, waardoor ook inwoners die kleinschalig wonen worden aangemoedigd;
Gelet dat bij brief van 10 oktober 2025 IVIO vraagt of de gemeente bereid is om ter promotie van de thuisverwerking van GFT in een tegemoetkoming voor haar inwoners te voorzien;
Gelet dat de burger zelf een compostvat, compostbak of wormenbak naar keuze kan aankopen;
Gelet dat de gemeente deze aankoop subsidieert na voorlegging van een betalingsbewijs en de vermelding van het type en volume van het compostvat, compostbak of wormenbak en belast IVIO met de uitvoering van het subsidiereglement.
Gelet dat het gebruik van een compostvat, compostbak of wormenbak leidt tot een vermindering van het gewicht in de restafvalzak. Dit is één van de doelstellingen in het Lokaal Materialenplan van OVAM;
Gelet dat de uitgave is voorzien onder het algemeen dotatiestelsel tot het verrekenen van de gemeentelijke bijdrage aan IVIO onder budgetsleutel: 2025/GBB/0300-00/6430100/CBS/IP-GEEN;
Gelet dat gevraagd wordt aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement in bijlage m.b.t. compostvaten, -bakken of wormenbakken goed te keuren;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad stelt het subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken vast. Dit reglement is in bijlage gevoegd aan huidige beslissing.
Artikel 2: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 3: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet dat op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 december 2021 betreffende het akkoord om in te tekenen op de subsidie voor de opmaak van een bomenplan en kansenkaart;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 november 2022 betreffende de opmaak van de inventarisatie beheerplan, abonnementsformule en publiekscampagne;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2023 betreffende de principiële goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst voor het Bomenplan Dentergem;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 21 februari 2024 betreffende de principiële goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst in kader van het Bomenplan Dentergem;
Gelet dat de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Dentergem en het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart in het kader van het bomenplan eind dit jaar af loopt;
Gelet het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart (RLWVH) een nieuwe overeenkomst voorlegt voor de periode 2026-2031;
Gelet dat dit ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met de Provincie West-Vlaanderen en de vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse hart, wordt toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Overwegende dat deze overeenkomst invulling geeft aan het Bomenplan van Dentergem en de verdere opvolging ervan;
Overwegende dat de overeenkomst in werking treedt met ingang van 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031 (telkens verlengbaar voor de duur van zes jaar);
Overwegende dat vanuit het lokaal bestuur een financiële bijdrage wordt gevraagd van 3.500,00 euro voor ondersteuning van het RLWVH (vanaf 2026);
BESLIST
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van en keurt de in bijlage gevoegde samenwerkingsovereenkomst 'Bomenplan Dentergem' met de Provincie West-Vlaanderen en de vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart goed.
Gelet op het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het schrijven van IVIO van 30 september 2025 met betrekking tot kennisgeving aanpassingen recyclageparkreglement, gebruiksvoorwaarden diftar incl. comfortdienst containers restafval en gft en het voorstel sociale tegemoetkoming;
1) Gelet dat het aangepast recyclageparkreglement in bijlage van toepassing is vanaf 1 januari 2026,
Gelet dat de voornaamste wijzigingen van het recyclageparkreglement de volgende zijn:
- art. 2: schrapping van het recyclagepark Ruiselede uit het reglement, gelet op de uitstap van deze gemeente uit IVIO per 01/01/2026;
- tarief grofvuil: aanpassing van het tarief voor grofvuil van €0,125/kg naar €0,25/kg, om beter aan te sluiten bij het tarief voor restafval en binnen de door OVAM vastgestelde minimum- en maximumtarieven (bijlage 5.1.4. Vlarema) te blijven. Dit brengt IVIO meer in de lijn met de tarieven van omliggende intergemeentelijke verenigingen;
- aanpassing tarief bij niet-reglementair deponeren afval: wordt beschouwd als grofvuil, dit tarief werd eveneens gelijkgesteld;
- tarief hakseling: verhogen van het tarief voor hakseling van €4/m³ naar €8/m³ conform de goedkeuring door de raad van bestuur van mei 2025;
- indexering: alle tarieven binnen het recyclageparkreglement worden voortaan jaarlijks geïndexeerd, conform de bepalingen in bijlage 5.1.4. Vlarema betreffende de minimum- en maximumtarieven voor huisvuil en grofvuil;
2) Gelet dat de gebruikersvoorwaarden restafval- en gft-containers, incl. comfortdienst, in bijlage werden toegevoegd;
Gelet dat n.a.v. de diftar-ophalingen die in voege treden vanaf 01/01/2026 de gebruiksvoorwaarden voor gebruik diftarbakken en de daaraan verbonden kosten werd opgemaakt en werd goedgekeurd in de raad van bestuur van 22 september 2025;
3) Gelet dat het voorstel m.b.t. de sociale tegemoetkoming zal worden behandeld door de sociale dienst;
BESLIST
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van het schrijven van IVIO met betrekking tot aanpassingen recyclageparkreglement en de gebruiksvoorwaarden diftar.
Gelet op de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173 en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 27 juni 2018 betreffende de goedkeuring 'retributiereglement op de verkoop van de compostrecipiënten';
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 21 december 2022 betreffende de goedkeuring 'aangepast retributiereglement op de verkoop van de compostrecipiënten';
Gelet op het Lokaal Materialenplan OVAM 2023-2030, Vlaamse Overheid, mei 2023;
Gelet dat het huidige retributiereglement op de verkoop van compostrecipiënten eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Gelet op het ontwerp van gewijzigd retributiereglement op de verkoop van compostvaten, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Overwegende dat het lokaal bestuur het composteren wil aanmoedigen, want wat gecomposteerd kan worden, hoeft niet in de restafvalzak, restafvalcontainer, noch in GFT-container en de compost kan nog lokaal gebruikt worden;
Overwegende dat in het verleden OVAM geregeld subsidies aanbood voor groepsaankopen, waardoor er via de Intergemeentelijke Vereniging voor duurzaam milieubeleid in Izegem en Ommeland IVIO, hierna afgekort “IVIO”, relatief goedkoop compostvaten en -bakken verdeeld konden worden;
Overwegende dat er nog 13 compostvaten ter beschikking kunnen gesteld worden door het lokaal bestuur voor verkoop aan de burger.
Overwegende dat dit reglement slechts geldig is zolang de huidige voorraad van compostvaten strekt;
Overwegende dat van zodra de huidige voorraad op is, er wordt overgeschakeld naar een rechtstreekse tussenkomst via IVIO in de vorm van een subsidie, zoals opgenomen in het toekomstig subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad keurt het in bijlage gevoegde aangepaste retributiereglement op de verkoop van compostvaten goed.
Artikel 2: voor de jaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven op de verkoop van compostvaten of tot zolang de huidige voorraad van compostvaten strekt.
Artikel 3: dit reglement vervangt integraal het door de gemeenteraad goedgekeurde reglement op verkoop van compostrecipiënten van 21 december 2022 en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Artikel 4: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 5: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de omzendbrief scholengemeenschappen basisonderwijs (BaO/2005/11);
Gelet op de omzendbrief puntenenveloppen scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten (BaO/2005/12);
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 21 augustus 2024 betreffende de toetreding van GBSBO De Ruimtevaarder tot de scholengemeenschap G-8 met ingang van 1 september 2024;
Overwegende de motivatie van de directie van GBSBO De Ruimtevaarder om uit de scholengemeenschap te stappen:
Overwegende dat de gemeenteraad de motivatie kan volgen en akkoord gaat met een uittreding van de school;
Gelet op de toelichting ter zitting door schepen B. De Keukeleire (cfr. audioverslag);
Gelet op de vraagstelling door raadslid J. Vandemaele en de reactie door schepen B. De Keukeleire (cfr. audioverslag);
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad gaat akkoord met de uittreding van GBSBO De Ruimtevaarder uit de scholengemeenschap G-8 vanaf volgend schooljaar.
Artikel 2: de scholengemeenschap G8 ontvangt een kopie van deze beslissing.
Artikel 3: het Agentschap voor Onderwijsdiensten wordt op de hoogte gebracht van deze beslissing.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en latere wijzigingen;
Gelet op de bepalingen van de lokale rechtspositieregeling, zoals gewijzigd;
Gelet op de kalender 2026, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing en de feestdagen en dienstvrijstellingen zoals deze zijn voorzien in de rechtspositieregeling;
Overwegende dat in 2026 vier feestdagen samenvallen met een zaterdag of een zondag:
Gelet dat deze dagen op één of andere manier dienen toegekend te worden aan de personeelsleden die niet in het weekend werken;
Gelet dat de raad, na voorafgaandelijk overleg met de vakbonden, bevoegd is om hieromtrent standpunt in te nemen;
Overwegende dat het bestuur er de voorkeur aan geeft om de feestdagen vrij te laten kiezen door het personeelslid;
Overwegende dat er een aantal dagen zijn die algemeen aanschouwd worden als feestdag, doch dit geen wettelijke feestdagen zijn, met name Pinksteren en Pasen;
Overwegende het voorstel ‘kalender 2026 GH en OCMW’ en ‘kalender 2026 - bib’ van de gemeente Dentergem zoals opgenomen in bijlage;
Overwegende dat huidig voorstel aan de vakbonden werd overgemaakt;
BESLIST
Artikel 1: Voor medewerkers die in het weekend werken, wordt de kalender 2026 vastgesteld zoals opgenomen in bijlage: 'Kalender 2026 – bib’ waarbij op volgende dagen voor iedereen collectief verlof wordt ingeschreven:
Artikel 2: Voor alle andere medewerkers wordt de kalender 2026 vastgesteld zoals opgenomen in bijlage 'Kalender 2026 GH en OCMW', waarbij volgende bepalingen worden vastgelegd:
Artikel 3: De kalenders zoals opgenomen in bijlage maken integraal deel uit van deze beslissing.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besluiten;
Gelet op het koninklijk besluit tot wijziging van artikel19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 17 november 2025;
Gelet op het federale regeerakkoord 2025 - 2029;
Gelet op de bepalingen van de lokale rechtspositieregeling, zoals gewijzigd;
Gelet dat in het federale regeerakkoord werd opgenomen dat de maximale waarde van een maaltijdcheques verhoogd wordt naar 10 euro per dag vanaf 1 januari 2026;
Gelet op het koninklijk besluit waarin bepaald wordt de maximale werkgeversbijdrage die vrijgesteld is van RSZ-bijdragen vanaf 1 januari 2026 stijgt van € 6,91 naar € 8,91;
Gelet op het gunstig advies van de vertegenwoordigers van de vakbonden;
Overwegende dat maaltijdcheques een sociaal voordeel vormen dat de koopkracht van medewerkers versterkt en een verhoging naar 10 euro bijdraagt aan een aantrekkelijk en competitief arbeidsvoorwaardenpakket;
Overwegende dat deze maatregel past binnen de strategische doelstelling om een moderne en mensgerichte werkgever te zijn en de budgettaire impact werd berekend en binnen de voorziene personeelskredieten kan worden opgenomen;
BESLIST
Artikel 1: De nominale waarde van de maaltijdcheques voor alle medewerkers van het OCMW Dentergem wordt vastgesteld op 10 euro per prestatie van 7u36;
Artikel 2: De werkgeversbijdrage wordt vastgesteld op € 8,90 euro, de werknemersbijdrage op € 1,10;
Artikel 3: Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 40 en 41;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid de artikels 119, 119bis, en 135§2;
Gelet op Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, het laatst gewijzigd bij decreet van de Vlaamse raad van 31 maart 2023;
Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 22 december 2014 houdende de goedkeuring van het Protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie in geval van gemengde inbreuken;
Gelet op de arrondissementele Omzendbrief van 20 februari 2024 van de procureur des Konings van West-Vlaanderen houdende richtlijnen betreffende de toepassing van de Gemeentelijke Administratieve Sancties in het arrondissement West-Vlaanderen (WVL 2024/05);
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 16 oktober 2024 houdende de goedkeuring van de thans geldende versie van het Algemeen Politiereglement (algemeen en zonaal deel) binnen de PZ MIDOW;
Gelet op artikel 18 van het APR :
§ 1. Het is verboden, zowel op de openbare weg als op private domeinen, binnenplaatsen en op alle plaatsen die palen aan de openbare weg, om het even welk vuurwerk, wensballonnen of lampionnen af te steken.
§ 2. De burgemeester kan machtiging verlenen om feestvuurwerk af te steken. Vreugdesalvo’s zijn enkel toegelaten door middel van feestvuurwerk, op eigen verantwoordelijkheid.
§ 3. Er is geen machtiging nodig van de burgemeester voor het afschieten van feestvuurwerk in de nacht van 31 december van 21 uur tot 2 uur, op eigen verantwoordelijkheid.
Gelet op de vraag vanuit het Politiecollege of het wenselijk is om deze bepaling in het APR te behouden voor de komende eindejaarsfeesten, dan wel een algemeen verbod uit te vaardigen;
Overwegende dat aan de gemeenteraad de vraag gesteld wordt of het opportuun is om af te wijken van de vrijstelling van een machtiging van de burgemeester voor het afschieten van feestvuurwerk in de nacht van 31 december van 21 uur tot 2 uur en bijgevolg totaal geen feestvuurwerk toe te laten tijdens de komende oudejaarsnacht;
Overwegende dat in het APR feestvuurwerk als volgt wordt omschreven :
Feestvuurwerk
Vuurwerk dat beantwoordt aan de criteria bepaald in de artikelen 2 en 3 van het ministerieel besluit van 3 februari 2000 tot vaststelling van de bijzondere veiligheidsvoorschriften inzake feestvuurwerk voor particulieren, hoofdzakelijk op basis van de erin vervatte pyrotechnische samenstellingen.
Vuurwerk
Een of meer voorwerpen gevuld met ontploffende, brandbare en lichtgevende mengsels. Meestal gebruikt bij visueel en klankspektakel waardoor gekleurde en luidruchtige effecten ontstaan.
Overwegende of er dan nog mogelijkheid moet zijn voor de burgemeester om alsnog een machtiging te verlenen aan professionele vuurwerkmakers tijdens oudejaarsnacht;
Overwegende dat, gelet op de ervaringen uit het verleden, de handhaving van dergelijk totaalverbod zeer moeilijk zal worden;
Gelet op de toelichting door burgemeester K. Degroote;
Gelet op de tussenkomst door raadslid A. Van de Velde met het voorstel voor 1 vuurwerkmoment in organisatie van de gemeente, eventueel met de verschillende buurgemeenten in een beurtrol;
Gelet op tussenkomst door raadslid S. Vanquickenborne (uren inkorten):
Gelet dat gevraagd wordt aan de algemeen directeur om dit mee te nemen naar de werkgroep omtrent het APR in de PZ MIDOW;
Gelet dat de volledige bespreking van dit punt ter zitting kan beluisterd worden in het audioverslag dat als zittingsverslag gepubliceerd wordt op de gemeentelijke website;
BESLIST
Enig artikel: de gemeenteraad spreekt zich als volgt uit over de toelating om vuurwerk af te steken tijdens de komende eindejaarsperiode : de vrijstelling van machtiging door de burgemeester enkel toelaten tussen 23u op 31 december '25 en 01.00 u. op 1 januari '26.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 170§4;
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 21 februari 2024 betreffende de goedkeuring van het aangepast retributiereglement op het aanvragen van een omgevingsvergunning - wijziging beslissing (van 15 december 2021);
Gelet dat het huidige retributiereglement op het aanvragen van een omgevingsvergunning eindigt op 31 december 2025 en dient vernieuwd te worden;
Gelet op het aangepast ontwerp van het retributiereglement op het aanvragen van een omgevingsvergunning, toegevoegd als bijlage;
Overwegende dat een omgevingsvergunning/melding dient aangevraagd te worden via de digitale toepassing van het omgevingsloket;
Overwegende dat aan het indienen van een aanvraag/melding kosten verbonden zijn;
BESLIST
Artikel 1: voor de jaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie gevraagd op het aanvragen van een omgevingsvergunning of meldingen klasse 3.
Artikel 2: de gemeenteraad keurt het aangepast retributiereglement op het aanvragen van een omgevingsvergunning goed. Dit reglement wordt in bijlage aan huidige beslissing gehecht.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet, in het bijzonder artikel 32 en 134;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 330 over het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, in het bijzonder artikelen 1.4.3° en 11.3.1°;
Gelet op de omzendbrief 2019/11 betreffende openbaarheid van bestuur van 17 mei 2019;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Gelet op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (2016/679) van 27 april 2016, in het bijzonder artikel 15, lid 3;
Gelet op het ontwerp van het retributiereglement op de terbeschikkingstelling van bestuursdocumenten, toegevoegd als bijlage bij deze beslissing;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 28 november 2025 betreffende de principiële goedkeuring van het aangepaste retributiereglement op het aanvragen van omgevingsvergunningen;
Overwegende dat het nieuw retributiereglement op de terbeschikkingstelling van bestuursdocumenten uit dossiers omgevingsvergunningen van toepassing is op de afgifte van fotokopies en scans van bestuursdocumenten vanuit de dienst Omgeving;
Overwegende dat artikel 32 van de Grondwet eenieder het recht verleent om elk bestuursdocument, behalve de door de wet bepaalde uitzonderingen, te raadplegen en/of er een afschrift van te krijgen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming bepaalt evenwel dat een vergoeding kan aangerekend worden voor verzoeken om bijkomende afschriften. Deze voorwaarde zorgt voor het beperken van onnodige ongegronde of buitensporige vragen om bijkomende documenten af te leveren. De vergoeding mag niet hoger zijn dan de kostprijs en de personeelskost mag niet in de vergoeding verrekend worden;
Overwegende dat bij de aanvraag van afschriften van plannen groter dan A3-formaat, extra handelingen vereist zijn. De bijkomende kosten worden verrekend in de vergoeding;
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad keurt definitief 'het retributiereglement op de terbeschikkingstelling van bestuursdocumenten vanuit de dienst Omgeving', zoals toegevoegd in bijlage aan deze beslissing, goed.
Artikel 2: dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 3: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 4: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het globaal tariefreglement sportdienst Dentergem 2022;
Gelet op de beslissing van het college van burgemeesteren en schepenen op 26 juni 2024 betreft beurtenkaarten buitenterreinen sporthal Den Bul;
Gelet op het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen op 7 november 2025;
Gelet op het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen op 28 november 2025;
Gelet op het gunstig advies van de sportraad op 17 november 2025;
Gelet op het feit dat de tarieven voor de beurtenkaarten, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 26 juni 2024, nog niet waren opgenomen in het huidige Globaal tariefreglement van de sportdienst, en dat het huidige retributiereglement dient te worden aangepast aan de actuele situatie;
Gelet op het feit dat de gemeentelijke verhuring van volksspelen via de sportdienst wordt stopgezet omwille van organisatorische en veiligheidsredenen, en dat deze beslissing reeds werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 28 november 2025.
Gelet op het huidige tariefreglement reglement inzake het gebruik van sportaccommodaties, waarbij enkel erkende Dentergemse sportverenigingen met jeugdwerking (-18 jaar) gratis gebruik kunnen maken van de infrastructuur, mits zij competitie hebben;
Gelet op het feit dat deze regeling in de praktijk heeft geleid tot een ongelijke verdeling tussen de clubs: verenigingen met competitiewerking konden genieten van gratis gebruik, terwijl verenigingen zonder competitie dienden te betalen;
Overwegende dat deze ongelijkheid niet langer wenselijk is en dat alle erkende sportverenigingen met jeugdwerking op een gelijke en transparante manier ondersteund worden;
Gelet op de toenemende moeilijkheden waarmee sportclubs geconfronteerd worden om betaalbare trainers te vinden, en op het feit dat vrijwilligers steeds minder bereid zijn zich onbezoldigd in te zetten;
Gelet op de maatschappelijke meerwaarde van de lokale sportverenigingen op het vlak van gezondheid, jeugdontwikkeling, sociale cohesie en gemeenschapsvorming;
Gelet op het streven van het gemeentebestuur om de lokale sportverenigingen maximaal te ondersteunen, de drempels tot sportdeelname te verlagen en de inzet van vrijwilligers en begeleiders te waarderen;
Gelet op het feit dat de gemeente momenteel niet beschikt over een geschikte danszaal, waardoor sportverenigingen noodgedwongen gebruik maken van de gemeenschapszalen (zoals het zaaltje boven de bibliotheek in het JOC Dentergem), en dat het wenselijk is om deze gelijke regeling eveneens door te trekken naar deze infrastructuur;
Gelet op de beperkte financiële impact van deze maatregel, waarvan het overzicht als bijlage wordt toegevoegd;
Overwegende dat deze aanpassing uitsluitend betrekking heeft op erkende Dentergemse sportverenigingen met jeugdwerking (-18 jaar), en dat de bestaande tarieven voor stages, sportkampen en +18-activiteiten ongewijzigd blijven;
Overwegende dat het huidige reglement voorziet dat enkel erkende Dentergemse sportverenigingen met jeugdwerking (-18 jaar) gratis kunnen trainen indien zij ook competitie-uren hebben. Deze regeling heeft echter geleid tot een ongelijke situatie tussen verenigingen: clubs met competitiewerking genieten van een vrijstelling, terwijl verenigingen zonder competitiewerking voor al hun trainingen moeten betalen.
Overwegende de wil om deze ongelijkheid recht te trekken, wordt voorgesteld om de ondersteuning voor alle jeugdploegen van erkende Dentergemse sportverenigingen gelijk te trekken. Deze aanpassing vermindert niet alleen de administratieve complexiteit, maar zorgt er ook voor dat de beschikbare middelen binnen de clubs opnieuw gericht kunnen worden op kwaliteitsvolle trainers en begeleiding. Door de financiële druk op de verenigingen te verlagen, ontstaat er meer ruimte om te investeren in gekwalificeerde lesgevers, wat rechtstreeks bijdraagt aan de kwaliteit van de jeugdwerking.
Overwegende dat veel sportclubs op vandaag kampen met stijgende kosten en een tekort aan vrijwilligers. Door deze lasten te verlichten, versterkt het gemeentebestuur de lokale sportstructuren, stimuleert het de jeugddeelname aan sport en draagt het bij aan gezondheid, sociale verbondenheid en talentontwikkeling.
Overwegende dat deze beleidskeuze past in de bredere trend bij andere gemeenten in West‑Vlaanderen, zoals Kortrijk (tariefreglement goedgekeurd op 15 september 2025, in werking vanaf 1 oktober 2025) en Ingelmunster (Schrappen van huurgelden voor de sportclubs met een jeugdwerking - 23 september 2025), waar erkende sportverenigingen onder bepaalde voorwaarden gratis of aan sterk verlaagde tarieven gemeentelijke sportinfrastructuur mogen gebruiken — het zijn recente wijzigingen die deze gemeenten nemen om het voortbestaan van clubs met jeugdwerking te ondersteunen.
BESLIST
Artikel 1: de gemeenteraad keurt het retributiereglement inzake het gebruik van gemeentelijke sportvoorzieningen en uitleenbaar materiaal, zoals opgenomen in bijlage bij dit besluit goed.
Artikel 2: dit retributiereglement, zoals vermeld in artikel 1, treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande retributiereglementen voor sportinfrastructuur en uitleenbaar materiaal. Deze datum van inwerkingtreding dient aangepast te worden in bijgevoegd reglement.
Artikel 3: stopzetting verhuring volksspelen
Artikel 4: het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 5: deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Artikel 6: een afschrift van dit besluit, met inbegrip van bijlage: het globaal tariefreglement van de sportdienst Dentergem, wordt bezorgd aan:
.
Ingevolge het gewijzigd huishoudelijk reglement van de gemeenteraad kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden die niet op de agenda van de raad staan.
Zij moeten deze vragen ten laatste 2 dagen voor de zitting schriftelijk overmaken aan de algemeen directeur en de voorzitter van de raad. De raadsleden hebben het recht om deze voorafgaandelijk ingediende vragen toe te lichten ter zitting.
Op deze mondelinge vragen wordt indien mogelijk tijdens de betreffende zitting geantwoord en ten laatste tegen de volgende zitting.
Deze mondelinge vragenronde handelt over onderstaande punten en kan integraal (inclusief de antwoorden) beluisterd worden via het audioverslag op de gemeentelijke website.
Varia gemeenteraad
1. Staat gemeentelijke gebouwen in Dentergem, ingediend door raadslid A. Van de Velde en toegelicht door raadslid J. Vandemaele.
Dit punt wordt beantwoord door schepen G. Simoens.
De voorzitter sluit de zitting op 17/12/2025 om 21:32.
Gedaan in voormelde zitting
NAMENS DE GEMEENTERAAD
Namens Gemeenteraad,
Sofie De Clerck
Algemeen directeur
Lennart Vanquickenborne
Voorzitter gemeenteraad